Dames en heren, beste vrienden,
In deze presentatie wil ik een bijdrage leveren aan onze beschouwing over het begrip vergoddelijking. Ik wil ingaan op de Bijbelse oorsprong van dit concept, de verschillen tussen de begrippen vergoddelijking en rechtvaardiging benadrukken, en onderzoeken waarom het idee van vergoddelijking in de oosterse theologie meer gangbaar is geweest dan in de westerse. Tot slot wil ik ingaan op de schat aan inzichten die WLIG ons biedt om ons begrip van vergoddelijking te verdiepen.
Vergoddelijking, ook wel theosis genoemd, gaat ervan uit dat mensen een gelijkenis met God kunnen bereiken door middel van een proces van transformatie of vergoddelijking, of – zoals verwoord in de WLIG-Boodschappen – een proces waarbij men door deelname goddelijk wordt. Dit geloof staat al sinds de vroege eeuwen van de kerk centraal in het oosters-orthodoxe christendom. Hoewel het in het Westen door de juridische gedachtegang werd betwist, komt het ook voor in de geschriften van beroemde denkers uit de westerse theologie.
Oorsprong in de Heilige Schrift
Het idee van vergoddelijking vindt zijn oorsprong in het scheppingsverhaal in het boek Genesis, waar staat geschreven dat God de mens naar Zijn eigen beeld en gelijkenis schiep (Genesis 1:26-27). Dit houdt in dat we van nature op God lijken en het vermogen bezitten om Zijn karakter en eigenschappen in ons leven te weerspiegelen.
In het Nieuwe Testament wordt het begrip vergoddelijking verder uitgewerkt. Zo staat er bijvoorbeeld in de Brief van de heilige Petrus geschreven dat God ons “verheven en onschatbare beloften” heeft geschonken, “opdat gij zoudt deel krijgen aan Gods eigen wezen” (2 Petrus 1:4). Dit geeft aan dat onze deelname aan de goddelijke natuur niet louter een verre mogelijkheid is, maar veeleer een kans die ons door Gods beloften wordt geboden.
Evenzo staat in de Brief aan de Efeziërs geschreven dat God “ons in liefde heeft ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil (adoptie)” (Efeziërs 1:5). Deze opname in Gods gezin houdt een verandering van onze identiteit en ons karakter in, naarmate we meer gaan lijken op Gods Zoon, Jezus Christus.
In het Evangelie van Johannes zegt Jezus: “Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets.“ (Johannes 15:5). Deze metafoor van de wijnstok en de ranken duidt op een nauwe en intieme ontologische band tussen Jezus en Zijn volgelingen, evenals op de mogelijkheid om te delen in Zijn leven en kracht.
Deze Bijbelpassages vormen, samen met andere, de basis voor het begrip ‘vergoddelijking’ in de christelijke theologie. Ze stellen dat onze deelname aan de goddelijke natuur geen verafgelegen of onbereikbaar doel is, maar juist een mogelijkheid die werkelijkheid wordt door onze relatie met God en onze eenheid met Jezus Christus.
Vergoddelijking heeft belangrijke gevolgen voor ons begrip van de menselijke natuur en onze relatie met God. Het herinnert ons eraan dat we geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van God, en dat het onze uiteindelijke bestemming is om deel te hebben aan Zijn goddelijke leven. Het benadrukt tevens het belang van geestelijke vernieuwing en de rol van genade in het heiligingsproces.
Oosterse Gedachtengang – Maximus de Belijder
Binnen de oosters-orthodoxe traditie wordt vergoddelijking gezien als een proces van vereniging met het Goddelijke door ons te verbinden met Zijn goddelijke krachten. Dit proces houdt niet in dat we nieuwe eigenschappen of kwaliteiten verwerven; het gaat er veeleer om dat we onze inherente aard als mensen, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, ten volle omarmen. Het doel van vergoddelijking is niet om God te vervangen of iets te bezitten dat niet aan God toebehoort, maar om goddelijke eigenschappen en deugden in ons karakter te integreren.
Een belangrijke figuur die dit orthodox-theologische standpunt verdedigt, is de heilige Maximus de Belijder, die in zijn geschriften uitgebreid op dit onderwerp ingaat. De heilige Maximus, een vermaard theoloog en monnik van de Oosters-orthodoxe Kerk, leefde in de 7e eeuw en stelde dat vergoddelijking het uiteindelijke doel van het christelijke leven was, dat bereikt kon worden door de incarnatie van Christus en het werk van de Heilige Geest.
Volgens Maximus omvat vergoddelijking de transformatie van het gehele wezen van een mens, inclusief lichaam en ziel, waardoor men steeds meer op Christus gaat lijken en Zijn beeld in het eigen leven weerspiegelt. Deze transformatie houdt niet alleen in dat men nieuwe deugden en eigenschappen verwerft, maar ook dat men zijn gedachten, emoties en verlangens zuivert en verlicht.
Een belangrijke bijdrage van Maximus aan het concept van de vergoddelijking is zijn onderscheid tussen de natuurlijke en bovennatuurlijke aspecten van de menselijke natuur. Hij stelde dat de mens geschapen was met een aangeboren vermogen tot vergoddelijking, een geschenk van God bij de schepping. Dit aangeboren vermogen tot vergoddelijking komt tot uiting in menselijke vermogens zoals het verstand, de liefde en de keuze voor het goede.
Maximus stelde echter ook dat dit aangeboren vermogen tot vergoddelijking was aangetast door de zondeval van de mensheid, die de menselijke verlangens had verdorven en de mens van God had vervreemd, waardoor vergoddelijking een doel werd dat moeilijk te bereiken was zonder God.
Om deze uitdaging het hoofd te bieden, benadrukte Maximus de cruciale rol van de incarnatie van Christus en het werk van de Heilige Geest in het proces van vergoddelijking. Hij stelde dat Christus, die volkomen goddelijk en menselijk was, het natuurlijke vermogen tot vergoddelijking bij de mensen had hersteld en hen zo de kans bood om als God te worden.
Maximus stelde ook dat het werk van de Heilige Geest van cruciaal belang was voor de vergoddelijking. Hij betoogde dat de Heilige Geest de menselijke gedachten, emoties en verlangens zuiverde en verlichtte, waardoor mensen in staat werden gesteld om deel te hebben aan de goddelijke energieën van God.
Bovendien benadrukte Maximus het belang van gebed en ascese in het proces van vergoddelijking. Hij was van mening dat deze praktijken hielpen om de menselijke gedachten, emoties en verlangens te zuiveren, waardoor men werd voorbereid op het werk van de Heilige Geest.
Maximus stelde dat vergoddelijking geen verafgelegen of abstract begrip was, maar een echt en haalbaar doel in dit leven. Hij geloofde dat het doel van het christelijke leven erin bestond om op Christus te gaan lijken, een transformatie die mogelijk werd gemaakt door het werk van de Heilige Geest en de medewerking van de mens.
De geschriften van de heilige Maximus de Belijder over vergoddelijking hebben de oosters-orthodoxe traditie diepgaand beïnvloed en blijven christenen ook vandaag de dag inspireren en leiden. Zijn nadruk op het aangeboren vermogen tot vergoddelijking, het belang van de incarnatie van Christus, het werk van de Heilige Geest en de rol van gebed en ascese in het vergoddelijkingsproces herinnert ons eraan dat het doel van het christelijke leven niet louter de vergeving van zonden is, maar ook de transformatie naar het beeld van Christus en de deelname aan Zijn goddelijke leven.
Hoewel het concept van vergoddelijking in de westerse theologie minder prominent aanwezig is, wordt het vaak in verband gebracht met het idee van vergoddelijking door genade. Theologen als Augustinus en Thomas van Aquino benadrukten het belang van genade in het heiligingsproces, dat wordt opgevat als een geleidelijke transformatie van de mens door de inwoning van de Heilige Geest. Dit transformatieproces leidt tot deelname aan de goddelijke natuur en, uiteindelijk, tot het delen in Gods eeuwige leven.
Het verschil tussen vergoddelijking en rechtvaardiging
Het Onderscheid tussen Vergoddelijking en Rechtvaardiging
Binnen de christelijke theologie wordt onze band met God vaak belicht aan de hand van twee onderling samenhangende begrippen: vergoddelijking en rechtvaardiging.
Rechtvaardiging betekent dat we in Gods ogen rechtvaardig worden verklaard door het geloof in Jezus Christus. Middels het geloof worden onze zonden vergeven en worden we voor God als rechtvaardig beschouwd, ook al blijven we zondaars die Zijn genade nodig hebben.
Omgekeerd houdt vergoddelijking in dat we door een transformerend of vergoddelijkend proces op God gaan lijken. Deze transformatie omvat niet alleen de vergeving van onze zonden, maar ook de ontwikkeling van ons karakter en onze deugden, naarmate we steeds meer op Christus gaan lijken en Zijn beeld in ons leven weerspiegelen.
Hoewel rechtvaardiging en vergoddelijking met elkaar verband houden, zijn het toch twee verschillende begrippen. Rechtvaardiging markeert het begin van onze relatie met God en omvat de vergeving van onze zonden en onze opname in Gods familie. De dood en verrijzenis van Christus hebben de poorten van de hemel geopend en ons uitgenodigd om binnen te komen. Vergoddelijking is echter het voortdurende proces van het ontwikkelen van een goddelijk karakter en deugden. Het vertegenwoordigt de goddelijke energie die ons in staat stelt om Gods gelijkenis en gezelschap te bereiken, waarvan we ten volle zullen genieten in het paradijs.
Een nuttige manier om het verschil tussen rechtvaardiging en vergoddelijking te begrijpen, is door rechtvaardiging te zien als het juridische aspect van onze relatie met God en vergoddelijking als het relationele aspect. Rechtvaardiging heeft betrekking op onze positie staande voor God, terwijl vergoddelijking betrekking heeft op onze band met Hem en onze deelname aan Zijn goddelijke leven.
Zowel rechtvaardiging als vergoddelijking zijn cruciale aspecten van onze relatie met God en noodzakelijk voor onze verlossing. Rechtvaardiging herinnert ons eraan dat verlossing een geschenk van Gods genade is, en niet iets dat we door eigen inspanningen kunnen bereiken. Vergoddelijking daarentegen benadrukt dat verlossing meer inhoudt dan alleen de vergeving van onze zonden — het omvat ook de transformatie van ons karakter en onze deugden.
De Westerse Nadruk op Rechtvaardiging
Zoals gezegd heeft de oosterse theologie in de loop van haar theologische geschiedenis het concept van vergoddelijking altijd benadrukt en onder de aandacht gebracht. De westerse theologie daarentegen heeft zich voornamelijk gericht op rechtvaardiging. Dit verschil is deels te wijten aan het feit dat de westerse theologie is geïnspireerd door forensisch of juridisch denken, dat weliswaar geworteld is in Bijbelse grondslagen, maar verder is ontwikkeld onder invloed van het Romeinse recht.
De invloed van het Romeinse recht op de christelijke rechtvaardigingstheologie is terug te voeren op de geschriften van de apostel Paulus, die juridische taal en begrippen gebruikte om de leer van de rechtvaardiging door het geloof te verduidelijken. Deze juridische taal weerspiegelde de invloed van het Romeinse recht, het rechtssysteem van het Romeinse Rijk ten tijde van het Nieuwe Testament.
De term ‘rechtvaardiging’ in het Romeinse recht verwees naar de juridische procedure waarbij iemand voor de rechtbank rechtvaardig of onschuldig werd verklaard. Bij dit proces onderzocht een rechter het bewijsmateriaal en velde hij een vonnis op basis van de feiten van de zaak. Daardoor raakte de term ‘rechtvaardiging’ verweven met gerechtelijke procedures en de rechtszaal.
De apostel Paulus gebruikte deze juridische terminologie van rechtvaardiging om de christelijke leer van de verlossing door het geloof uit te leggen. Hij stelde dat “allen hebben gezondigd en allen zijn verstoken van de goddelijke heerlijkheid. En allen worden zij om niet door zijn genade (door een gift) gerechtvaardigd, krachtens de verlossing die in Christus Jezus is.” (Romeinen 3:23-24). Met andere woorden, Paulus stelde dat we allemaal schuldig zijn voor God en straf verdienen; maar door geloof in Jezus Christus kunnen we voor God rechtvaardig of onschuldig worden verklaard, net zoals een verdachte in de rechtbank onschuldig wordt verklaard.
De invloed van het Romeinse recht op de christelijke rechtvaardigingstheologie komt ook duidelijk tot uiting in de ontwikkeling van het concept van de toegerekende gerechtigheid. Dit idee, dat centraal staat in de protestantse theologie, stelt dat God ons niet rechtvaardig verklaart op grond van onze eigen gerechtigheid, maar vanwege de gerechtigheid van Christus, die ons door het geloof wordt toegerekend of bijgeschreven. Reformatoren zoals Maarten Luther, Philipp Melanchthon en Johannes Calvijn, allen drie rechtsgeleerden, legden de nadruk op de juridische terminologie van de rechtvaardiging en de implicaties daarvan voor de verlossing. De protestantse Reformatie, die in de 16e eeuw van start ging, had tot doel de katholieke kerk te hervormen en terug te keren naar de Bijbelse leer. Er zijn ten minste drie redenen waarom vergoddelijking in de protestantse traditie minder nadruk kreeg:
- Rechtvaardiging door het Geloof Alleen
Een cruciale leerstelling tijdens de Reformatie was de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen. Deze leer benadrukte het belang van het geloof voor de menselijke verlossing en verlegde de nadruk naar de juridische aspecten van de verlossing in plaats van naar de relationele en ontologische aspecten. Luther illustreerde dit door te zeggen dat we een nieuw gewaad van Christus dragen, waardoor we in Gods ogen rechtvaardig zijn, niet vanwege een of andere innerlijke verandering onder dat gewaad, waarmee hij afstand nam van het concept van vergoddelijking.
- De Invloed van de Verlichting
De Verlichting, een culturele beweging uit de 18e eeuw waarin de nadruk lag op de rede, de wetenschap en het individualisme, leidde tot een grotere aandacht voor menselijke ervaringen en levensomstandigheden, in plaats van voor transcendente of bovennatuurlijke aspecten van de religie. Deze beweging had een grotere invloed op de protestantse theologie dan op de katholieke en orthodoxe theologieën, waardoor de vergoddelijking voor protestantse theologen haar relevantie of betekenis verloor.
- Sola Scriptura
De protestantse nadruk op ‘sola scriptura’ – de overtuiging dat de Bijbel de enige autoriteit is voor het christelijk geloof en de christelijke praktijk – zou eveneens hebben bijgedragen aan de achteruitgang van de vergoddelijking. Hoewel vergoddelijking wel degelijk in de Bijbel voorkomt, neemt het niet zo’n prominente plaats in als andere theologische concepten, zoals rechtvaardiging door het geloof of verzoening. Bijgevolg hebben protestantse theologen wellicht voorrang gegeven aan andere concepten boven vergoddelijking.
Hoewel het begrip ‘vergoddelijking’ in de protestantse theologie aan belang heeft ingeboet, zijn er recentelijk pogingen ondernomen om het concept nieuw leven in te blazen. Hier volgen enkele opmerkelijke voorbeelden:
- John Wesley: De grondlegger van het methodisme legde de nadruk op heiliging – het proces waarbij men steeds meer op Christus gaat lijken – om zo het idee van vergoddelijking opnieuw in te voeren. Wesley was van mening dat het doel van het christelijke leven een volledige transformatie naar het evenbeeld van Christus was, mogelijk gemaakt door het werk van de Heilige Geest.
- Karl Barth: Deze Zwitserse gereformeerde theoloog legde de nadruk op de eenheid met Christus om het begrip ‘vergoddelijking’ opnieuw te bekijken. Barth was van mening dat de relatie tussen Christus en Zijn volgelingen niet louter moreel of ethisch van aard was, maar een eenheid waarin gelovigen delen in het leven en de kracht van Christus.
- J.I. Packer: Ook deze anglicaanse theoloog legde de nadruk op het idee van eenheid met Christus om het concept van vergoddelijking nieuw leven in te blazen. Packer was van mening dat het doel van het christelijke leven niet alleen vergeving van zonden was, maar ook de transformatie naar het beeld van Christus en het delen in Zijn leven en kracht.
- Dallas Willard: Deze Amerikaanse filosoof en theoloog legde de nadruk op geestelijke vorming om de vergoddelijking te herstellen. Willard was van mening dat het doel van het christelijke leven de transformatie naar het beeld van Christus was, wat een weloverwogen en doelgericht proces van geestelijke vorming vereiste.
Deze theologen, en anderen, hebben op verschillende manieren de nadruk gelegd op vergoddelijking, in een poging dit cruciale begrip binnen de protestantse theologie nieuw leven in te blazen.
Kortom: hoewel rechtvaardiging en vergoddelijking verwante begrippen zijn, zijn ze niet identiek. Beide zijn essentiële aspecten van onze relatie met God en noodzakelijk voor onze verlossing. Laten we ernaar streven om zowel ons begrip van deze begrippen als onze betrokkenheid daarbij te verdiepen, terwijl we ernaar streven om meer op Christus te gaan lijken en Zijn beeld in ons leven te weerspiegelen.
Vergoddelijking in de Waar Leven in God Boodschappen
Zoals alle deelnemers aan deze retraite in Vadstena wel weten, vormen de Waar Leven in God-Boodschappen van (WLIG), die Vassula Ryden tussen 1985 en 2023 heeft ontvangen, een reeks goddelijke openbaringen van onder meer God, Jezus, de Heilige Geest en de Maagd Maria. Deze boodschappen behandelen diverse spirituele thema’s, waaronder verlossing, eenheid en de eindtijd, en bieden leiding voor een leven van geloof, liefde en toewijding. Een centraal thema in deze boodschappen is vergoddelijking of theosis.
Vergoddelijking als het Uiteindelijke Doel van de Spirituele Reis
In de TLIG-Boodschappen wordt vergoddelijking voorgesteld als het proces waarbij een mens zich met God verenigt en deel krijgt aan de goddelijke natuur. Deze spirituele transformatie heeft tot doel de persoon in een hechte relatie met God te brengen, waardoor hij of zij Gods liefde, genade en aanwezigheid vollediger kan ervaren.
Een citaat uit één van de WLIG-Boodschappen, gedateerd 5 mei 2001, legt dit uit:
“kijk nu en leer: – gezegend zijn zij wier hart open was om te worden gezuiverd en voorbereid om de Heilige Geest te ontvangen voor een omvorming, zij zullen worden vergoddelijkt en zonen en dochters van de Allerhoogste worden genoemd, zij zullen goden door deelname worden genoemd;”
Zoals in het citaat wordt vermeld, gaat vergoddelijking niet over het worden van God of gelijk worden aan God. Het gaat er veeleer om deel te hebben aan het goddelijke leven: Gods liefde, genade en aanwezigheid vollediger ervaren, en uiteindelijk meer op Christus gaan lijken. Dit transformerende proces vereist zowel Gods genade als de medewerking van het individu, wat berouw, nederigheid, liefde en gebed inhoudt.
Een Intieme Relatie met God Opbouwen
In de WLIG-Boodschappen wordt vaak benadrukt hoe belangrijk het is om een innige band met God op te bouwen en zich open te stellen voor de leiding van de Heilige Geest. Zo roept Jezus in een WLIG-Boodschap van 12 augustus 1998 de ziel op om tot God te roepen:
“omvorm mijn hart in een zuiver hart en vergoddelijk mij door de goddelijke macht van Uw Heilige Geest, de Parakleet, de Goddelijke; laat Hem nu in mij schijnen als een Parousia en mijn ziel zal leven en ook Uw Drie-ene Godheid verheerlijken;”
Het proces van vergoddelijking is essentieel voor persoonlijke heiliging en groei in heiligheid. De WLIG-Boodschappen benadrukken dat de weg naar vergoddelijking een voortdurend proces is, dat een voortdurende toewijding aan spirituele groei vereist.
Dit proces houdt in dat we groeien in de schatten van God, Zijn leven en Zijn deugden, zoals verwoord in deze WLIG-Boodschap van 31 december 2000:
“het was Mijn intentie jullie te vullen met schatten [deugden] en wonderen te verrichten daarbinnen, om daarin de volheid van Mijzelf op te bouwen; Mijn welwillende bedoeling was om Mijzelf van ganser harte in jullie uit te storten en jullie te vergoddelijken;”
De Rol van de Kerk en de Sacramenten
Ook in het proces van vergoddelijking wordt de rol van de Kerk en de sacramenten benadrukt. De sacramenten, en met name de eucharistie, worden gezien als genademiddelen die de gelovige in staat stellen te groeien in heiligheid en vollediger deel te hebben aan het goddelijke leven. In een boodschap uit “Licht en Liefde voor de Wereld” van 16 oktober 2000 zegt Jezus:
“om alle nederigen van de aarde die Mij ontvangen te redden en hen onvergankelijk leven te geven werd Ik Brood om Mijzelf aan jullie te geven; en door deze Communie heilig Ik allen die Mij ontvangen, en vergoddelijk hen, om het vlees van Mijn Vlees te worden, het gebeente van Mijn Gebeente; door deel te hebben aan Mij, Ik, die Goddelijk ben, worden jullie en Ik één enkel lichaam, geestelijk verenigd; wij worden familie, want Ik kan jullie veranderen in goden door deelname; door Mijn Godheid vergoddelijk Ik mensen;”
Samenvattend, vergoddelijking in de WLIG-Boodschappen is een transformatief proces dat iemand in staat stelt deel te hebben aan de goddelijke natuur en de aanwezigheid van God op een diepgaande en levensveranderende manier te ervaren. De WLIG-Boodschappen benadrukken het belang van het cultiveren van een intieme relatie met God en het openstellen voor de leiding van de Heilige Geest. Dit proces van vergoddelijking omvat zowel Gods genade als de medewerking van de persoon zelf, terwijl deze ernaar streeft te groeien in heiligheid en meer op Christus te gaan lijken. Zo spreken de WLIG-Boodschappen, zoals we hierboven hebben gezien, over het concept van vergoddelijking in grote lijnen in de geest van de christelijke theologie, en blazen ze dit concept spiritueel nieuw leven in voor onze tijd.